16-11-16

Symboliek kan ook teveel in iconen gelegd worden


     
Over kleuren op iconen hoeft niet geheimzinnig gedaan te worden. De iconenschilders hebben in de verschillende perioden nooit een zelfde betekenis aan kleuren toegekend, of zelfs helemaal geen. En we weten dus niet wat ieder met de kleuren bedoeld heeft, dus we mogen het er ook niet in leggen. Geen enkele autoriteit zegt dan ook iets over kleurensymboliek op iconen. Dan zou direct de weg openliggen voor tegenspraak: is rood nu de kleur van het lijden of van de warmte?
Een symbool is een teken dat naar een begrip verwijst. Het kruis symboliseert het lijden van Christus. De nimbus om het hoofd van de heiligen symboliseert hun verblijf in het koninkrijk Gods.
De specifieke iconografie, de beeldtaal, van de iconen is niet bijzonder ingewikkeld of uitgebreid, maar ligt ook niet voor de hand. Het kruis in de hand van heiligen, een tastbaar voorwerp, symboliseert hun marteldood om Christus' wil. De boekrol is het evangelie. De rode doek die over de daken ligt betekent dat de scène zich binnenshuis afspeelt. De hand met de ringvinger en de duim op elkaar is de zegenende hand. Johannes de Doper komt voor met vleugels, want hij is angelos = boodschapper óf engel.
Niet specifiek voor de iconen zijn de symbolen die iedereen wel begrijpt omdat wij ze ook hanteren: de lelie betekent zuiverheid. Ze zijn door de schildersboeken voorgeschreven en zouden beter attributen genoemd. kunnen worden. Zo hebben Christus en Maria een scepter en wereldbol, engelen en heiligen staf, zwaard of speer, Maria Magdalena kruikje, Panteleimon medicijnkist, Spiridon bijenkorf en Johannes de evangelist en Basilius schrijfstift bij zich. De roos is een attribuut van Maria, want zij is in de Akathistoshymne poëtisch zo aangeroepen.
De drie sterren der maagdelijkheid op het kleed van Maria, de vier letters ICXC die de zegenende hand van Christus uitbeeldt en de bekleding van het aardse c.q. hemelse in de blauwe en rode kleding van Maria en Christus, zij zijn algemeen aanvaarde symbolen in de iconografie geworden. Maar het is voorstelbaar dat de iconenschilders van voor 1950, toen de iconenboeken verbreiding kregen, hier niet aan gedacht hebben. Gewoon schilderkunstige oplossingen kunnen zulke dingen van meet af aan zijn geweest, zoals bijvoorbeeld het opvullen met ornamentjes van lelietjes en bolletjes van het witte kleedje van het Christuskind - zonder deze zou het witte kleedje wel erg oplichten tussen het donkerrood van zijn moeders kleed. Idem de afwisseling van de kleuren van Christus en Maria en de gouden sterren op het grote rode vlak van Maria’s kleed: schilderkunstige ingrepen.
Christus heeft echt op dit aardse paradijs gewandeld, niet in een ideeënwereld. Dus om enige symbolische betekenis toe te kennen aan planten, bomen, wateren, bergen, huizen, schepen, vissen, paarden en andere dieren, dat zou te ver gaan. Het zou goed zijn onze bronnen erbij te noemen en minder alles op iconen als symbool te duiden. Een door vroomheid geïnspireerd mens kan er van alles in zien, en vaak is het nog heel poëtisch ook, en lopen we er warm voor, maar dan is de uitleg alleen maar onze eigen persoonlijke mening, dus speculatie, met het gevaar van tegenspraak, of we citeren een ander (maar wie dan?).  De orthodoxe kerk beschouwt als vaste en waarachtige leer de bijbel, de uitspraken van de oecumenische concilies en die van de kerkvaders, dat zijn de leraren van de kerk. Dat zijn nog eens bronnen.